“Houd het eenvoudig”

In 1810 werd in Nederland de Mijnwet van kracht: de eerste wet gericht op de leefomgeving. Sindsdien zijn er talloze wetten en regels op dat gebied bij gekomen. Zo is een ingewikkeld geheel ontstaan, waarin bijna niemand meer de weg kan vinden. Dat moet eenvoudiger en beter. Daarom treedt vanaf 2021 de Omgevingswet in werking: één wet die alle wetten op het gebied van de leefomgeving vereenvoudigt en bundelt.

De Omgevingswet brengt een omvangrijke stelselherziening met zich mee, waar burgers, overheden en bedrijven ervaring mee op moeten doen. Daarom zijn er in het land al verscheidene initiatieven gestart. Minder regelgeving, het proces zo eenvoudig mogelijk houden en samen werken aan een betere leefomgeving is daarbij de gemeenschappelijke noemer. ‘Houd het eenvoudig, maak het beter’ is een initiatief van vier samenwerkende programma’s op het gebied van omgevingsrecht en versnelling in de bouw.
Werken vanuit vertrouwen en draagvlak in de omgeving. Eindgebruikers, klanten en hun behoeften centraal stellen en niet de regels. Bedrijven en openbaar bestuur die samenwerken, het hoofd koel houden, pal staan voor transparante afwegingen en hieraan vasthouden. Dit alles mede in het licht van de komende Omgevingswet. Dat is in grote lijnen waar het om draait bij ‘Houd het eenvoudig, maak het beter’.

Hoofdlijnen van de Omgevingswet

De Omgevingswet wordt in de kern gevormd door een zestal instrumenten:
1. Omgevingsvisie: een samenhangend, strategisch plan over de leefomgeving. Dat plan richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel, zodat het rekening houdt met alle ontwikkelingen die voor het gebied van belang zijn. De Omgevingswet schrijft voor dat het Rijk,de provincies en gemeenten elk één omgevingsvisie vaststellen.
2. Programma: een programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving.
3. Decentrale regelgeving: uitgangspunt van de Omgevingswet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Dat zorgt ervoor dat de regelgeving inzichtelijk en samenhangend is. Bovendien maakt het de naleving gemakkelijker. Voor de gemeenten is dit het omgevingsplan, voor de waterschappen de
4. Algemene rijksregels voor activiteiten: de meeste activiteiten in de leefomgeving zijn initiatieven van burgers en bedrijven. Op sommige (meer algemeen geldende) gebieden kan het nuttig zijn om nationale regels te stellen voor de bescherming van de leefomgeving. Daar werkt het Rijk, als dat kan, met algemeen geldende regels. Dat voorkomt dat burgers en bedrijven steeds toestemming moeten vragen aan de overheid.
5. Omgevingsvergunning: veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Dat geldt bijvoorbeeld als een boer een sloot wil dempen of een ondernemer zijn of haar bedrijf wil uitbreiden. De omgevingsvergunning toetst vooraf of dat mag. De toetsing is zo eenvoudig mogelijk en houdt, als dat
nodig is, rekening met algemeen geldende regels. Zo wordt voorkomen dat regels elkaar tegenspreken of in de weg zitten. Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures ook niet onnodig lang. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket snel duidelijkheid krijgen voor alle activiteiten die zij willen uitvoeren.
6. Projectbesluit: biedt een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van Rijk of provincies. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied. Voor waterschappen geldt een variant van deze procedure. Doel van het projectbesluit is om dit

soort procedures sneller en beter te laten verlopen dan in het verleden. waterschapsverordening en voor de provincies de omgevingsverordening.

(Bron: www.omgevingswetportaal.nl)

1612total visits,2visits today